Column Erina: Kikkers

Ik groeide op in een dorpje aan de rand van platteland, dat voor een deel bestond uit bos en voor het merendeel uit weide, akker en hier en daar een boerderij. Die boerderijen waren berucht. Ik wist van elk gebouw welk soort hond er woonde en hoe gemeen het valse dier kon zijn. Ergens hadden ze drie mini-keffers. Kleine mormels, die los mochten lopen. Vaak kwamen ze vanuit de verte al aanzetten, kabaal makend alsof ze met z’n tienen waren. Ondertussen hadden ze ook nog tijd om te grommen en te dreigen. Die kleine pinchertjes waren de ergsten uit de hele regio. Ze waren ook de enigen die letterlijk aan je broekspijpen gingen hangen – als je geluk had om een lange broek aan te hebben en geen blote benen-rokje. 

Maar er waren ook leuke boerderijen, bijvoorbeeld een langgevel-keuter-boerderij met een gazon langs de weg waar geen afscheiding tussen was. Op het moment dat je opgelucht dacht dat het honden-slaaptijd was, kwamen twee grote herders alsnog de hoek omzeilen. Hun diepe blaf waarschuwde elke fietser niet dichterbij te komen, maar het openbare pad leidde onverbiddelijk richting de vervaarlijke verdedigers. Ze woonden aan mijn schoolroute. Ik kende ze, ik wist dat ze me niks zouden doen. Zolang ik op het fietspad bleef, bleven zij op hun gazon. De lijn was onzichtbaar, maar voor de dieren scherp getrokken: op het fietspad mocht iedereen langs komen. Maar één stap op het gazon, en je werd onverbiddelijk hondenvoer. 

En zo waren er niet alleen honden in het buitengebied. Insecten, vlinders, ze leefden er blij op los. Het mooiste vond ik het vennetje, midden in het bos. Op een warme zomerdag kon je er zwemmen, terwijl even verderop de paarden halt hielden om te drinken en af te koelen. Er zwom van alles in het water, waarvan ik de namen echt niet weet. Alleen de schrijvertjes, dat waren mijn favorieten. Ze wandelen over het water, net als schaatsers. De zwaartekracht had geen vat op ze. Soms vroeg ik me af of ze heilig waren, tot ik ontdekte dat één druppeltje zeep voldoende was om ze te laten zinken. 

Jongens die stoer wilden doen, waren vooral dol op jonge kikkers. Ze gebruikten een pijpje stro of een holle grasstengel als rietje. En bliezen de jonge beestjes er letterlijk mee op.

Komend weekend is het slootjesdag in Nederland. Ik hoop dat de honden in hun hok blijven, maar vooral dat de jonge kikkers het allemaal gaan overleven. 

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl