KBO-Brabant: informele cliëntondersteuning onmisbaar bij Wmo-aanvraag 

BERNHEZE - Twee jaar ervaring met Brabants Wmo-beleid laat zien dat senioren betere Wmo-voorzieningen krijgen door de inzet van vrijwillige cliëntondersteuners en laagdrempelig juridisch advies. Onafhankelijke, informele cliëntondersteuning is daarmee een belangrijke pijler voor het Wmo-beleid, zo stelt KBO-Brabant in een brief aan staatssecretaris Van Rijn. 

Onafhankelijke cliëntondersteuning
Volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) heeft iedereen recht op ‘onafhankelijke cliëntondersteuning’ bij het keukentafelgesprek. In dat gesprek bespreken gemeente en burger welke zorg en/of ondersteuning nodig zijn. Vervolgens geeft de gemeente een beschikking af waarin het recht op zorg of ondersteuning wordt vastgelegd. Geen eenvoudig traject. Vooral voor senioren die niet gewend zijn met ambtenaren te spreken of te onderhandelen over hun rechten, blijkt het lastig. Daarom is ondersteuning daarbij erg belangrijk.

Uit onderzoek blijkt dat cliëntondersteuning nog lang niet in alle gemeenten goed geregeld is. De Tweede Kamer maakt zich daar zorgen om en staatssecretaris Van Rijn deelt die mening. Hij heeft op korte termijn een brief over het onderwerp toegezegd.

Cliëntondersteuning van KBO-Brabant uniek
Wilma Schrover, directeur van KBO-Brabant, roept Van Rijn op om daarbij gebruik te maken van de ervaring met 150 vrijwillige cliëntondersteuners in Brabant. Schrover: “Dankzij een breed netwerk van vrijwilligers, en met hulp van laagdrempelige juridische ondersteuning, werden in al zeker een derde van de Brabantse gemeenten, voor meer dan 150 cliënten, betere afspraken met de gemeente gemaakt. Afspraken die hen in staat stellen om langer thuis te blijven wonen en regie over hun eigen leven te houden”.

Voorbeeld mantelzorg
Eén voorbeeld: de uitspraak dat mantelzorg niet afgedwongen kan worden. Cliëntondersteuners in de gemeente Etten-Leur en onze procesondersteuner Bert van ’t Laar, een oud-rechter die zijn juridische expertise als vrijwilliger van KBO-Brabant inzet, stonden een oudere inwoner van die gemeente bij die huishoudelijke hulp kreeg van haar (uitwonende) dochter. Die hulp, waarvoor dochter voorheen altijd werd betaald, mag door de gemeente niet als gratis mantelzorg worden afgedwongen. Dit resultaat, met landelijke impact, was niet bereikt zonder de inzet van de vrijwillige cliënt- en procesondersteuners van KBO-Brabant. Zoals Schrover het verwoordt: “het is voor veel mensen – en zeker voor kwetsbare, hoogbejaarde zorgvragers – mentaal erg zwaar om tegen de gemeente in te gaan. Deze groep laat geschillen daarom meestal niet tot bij de rechter komen. Met als gevolg dat de overheid in veel gevallen het onterechte beleid kan voortzetten. Betaalde, formele organisaties voor cliëntondersteuning kunnen nooit hetzelfde niveau van onafhankelijkheid garanderen”.  

Pas op voor formalisering
Maatwerk is de kern van de Wmo. Informele cliëntondersteuning (vrijwillige hulp voor en door hulpvragers zelf) is een belangrijke pijler om dat voor elkaar te krijgen. KBO-Brabant wijst de staatssecretaris erop dat ondersteuning van de cliëntondersteuning niet moet uitmonden in verdere formalisering van de dienstverlening. Er moet ruimte blijven voor vrijwilligers. Zij brengen:

- meer onafhankelijkheid;

- betere juridische mogelijkheden;

- meer tijd en meer kennis van de doelgroep;

- meer keuzemogelijkheden voor hulpvragers. 

Kortom, de combinatie van goed opgeleide vrijwilligers, echte onafhankelijkheid en laagdrempelige juridische expertise zoals nu geregeld in Brabant, zou brede navolging moeten krijgen elders in het land.

Brief aan staatsecretaris

Bijlage brief

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl