Column Erina: Trek

Mijn opa was een lieve man. Opa had een prachtige snor, die hij opkrulde. Eigenlijk was hij hartstikke kaal, maar die snor, dat was zijn paradepaardje. Toen mijn opa overleed, was mijn moeder in diepe droevenis. Zij hield van haar vader, want, zo zei ze altijd, het is een wonder dat hij mijn vader is. Dat kwam door de oorlog, die hij ternauwernood overleefde. 

Het begon aan het begin van de oorlog met een onschuldige riek. Mijn opa was toen nog een jonge, knappe kerel. Hij struinde alle omliggende land af met een riek over zijn schouder, of wat pootaardappelen onder zijn arm. Natuurlijk was zijn overall al maanden niet meer gewassen en viel er zo nu en dan een klodder modder af.

Als hij werd tegengehouden door de Duitsers, was hij de beste landarbeider die er bestond. Maar iedereen wist dat mijn vader onderduikers eten bracht. In de gaten hield waar de vijandelijke troepen zich bewogen, en met zijn levensechte nabootsingen van uil en havik, een wandelend alarmsysteem was. 

Ergens in die tijd, had hij verkering met mijn oma. Hoe het precies zat weet ik niet, maar mijn opa werd door de Duitsers naar de andere kant van de Veluwe getransporteerd. Hij had geluk dat hij niet verder moest. Misschien had het iets te maken met verplicht werken voor de bezetter, misschien was hij toch te veel met zijn riek gezien. Opa sprak er nooit over. En oma evenmin. 

Wel werd er altijd weer herinnerd hoe mijn opa was weggekomen uit het kamp. En vanuit de noordkant van de Veluwe in een aantal weken tijd, terug naar zijn verkering liep. Hij hield zich in leven door bessen en knollen te eten. En de gewassen van het land te snaaien. Overdag hield hij zich schuil in bossen en in greppels. In de nachten liep hij zo ver als hij kon, koud, moe en hongerig. Intussen kweekte hij een prachtige snor, die zo mooi en krullerig was, dat iedereen ernaar keek. En vergat om te vragen wie hij echt was. 

Toen hij weer terug kwam in het dorp, herkende mijn oma hem meteen. Ze gaf hem eten. Hij werd er ziek van, zo leeg was zijn maag. Het duurde lang voor hij weer de knapperd was waar mijn oma verliefd op was.

Maar ik groeide op met een opa met een prachtige snor, die telkens als we gingen eten zei: “Je hebt geen honger. Je hebt trek.”

Terug naar het overzicht

Copyright © DeMooiKrant.nl